Binnen de NVZ is er veel discussie over hoe we er voor zouden kunnen zorgen dat er geen mensen zangles geven die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn en meer kwaad dan goed doen. Het is een vrij beroep, ik zeg wel eens :” iedere slager mag zangles geven “.
Eigenlijk is er niet echt een oplossing voor want zelfs onder mensen met een conservatorium diploma zitten slechte docenten.
Vooral jonge zangers moeten alert zijn, als je jong bent leer je snel en makkelijk, dus ook de verkeerde dingen. Ik doe hierbij een aantal suggesties om je te helpen bij het maken van een goede keuze. Wat zijn zaken die je in de gaten moet houden? Hoe verloopt een verantwoorde les?
Wanneer je een docent op het oog hebt vraag dan of ze concertjes organiseren met de leerlingen en ga luisteren. Het gaat er dan niet zo zeer om of ze allemaal een hoog niveau hebben, want dat is uiteraard wisselend, maar wel:
1. of ze met een zeker gemak zingen en dus ook met plezier. 2. Ziet het er natuurlijk uit. 3. ademen ze gewoon 4. kun je het verstaan 5. staan ze goed rechtop 6. weten ze waar ze over zingen 7.zingt iedereen hetzelfde, b.v. hard en hoog, of juist met een eigen timbre.
Dat zijn al veel indicaties voor iemands manier van werken.
Dan je eerste les afspraak. Je bent natuurlijk een beetje zenuwachtig, maar de docent moet in staat zijn je op je gemak te stellen. Het is heel belangrijk dat je je goed voelt en dat er vertrouwen is. Meestal moet je iets laten horen dat je kent. Je docent zal dan na één of twee stukken met je bespreken wat hij of zij hoort en wat goed is en waar aandacht aan geschonken moet worden. Wanneer je al eerder les hebt gehad wil je docent natuurlijk weten hoe dat is gegaan; waar hebben jullie aan gewerkt en waarom je weg bent gegaan. Je nieuwe docent roept dan niet: ‘dat was een slechte docent en het moet helemaal anders’! Dat is geen goed teken omdat het zeer oncollegiaal is en jou onzeker maakt over wat je tot dan toe geleerd hebt. Bovendien kan een nieuwe docent niet beoordelen hoe je bent begonnen bij de vorige, misschien is er juist veel bereikt. Wees daar zelf ook eerlijk over.
Waar let je in de les verder op:
Er zijn net zo veel zangmethodes als er docenten zijn, iedere docent stopt in zijn lessen iets van de eigen ervaringen, dat is ook goed. Maar het leuke is; je bent zelf je beste docent! Natuurlijk moet je de aanwijzingen uitvoeren maar wanneer je iets moet doen waarvan jij vind dat het niet goed voelt zeg dat dan meteen. Je docent zal dan uit moeten leggen waarom je het toch moet proberen en die uitleg moet overtuigend zijn. Met name zangtechnische aanwijzingen moeten er voor zorgen dat het zingen makkelijker gaat en beter voelt.
Het is leuk wanneer een docent af en toe voorzingt maar hij of zij moet niet je hele les ‘vol zingen’. Iedere docent ken ‘trucjes’ die meteen effect sorteren, laat je daar niet te veel door overdonderen, denk niet meteen dat je nu de ware te pakken hebt. Dat repertoire aan snelle oplossingen is vaak beperkt, het gaat er natuurlijk om dat je er op de langere termijn op vooruit gaat, en dat is veel lastiger, daar is geduld voor nodig en een werkplan waarin een docent met jou de doelen bespreekt die jullie willen gaan halen in b.v. een jaar. Een goede docent is realistisch en beloofd je geen dingen waar je misschien wel van droomt maar die niet haalbaar zijn. Daar krijg jij dan later de schuld van en dat is een klap die je niet snel te boven komt. Wel moet je het gevoel hebben dat je vooruitgang boekt en iets leert. Zing niet alleen met c.d’s mee, een docent moet je stimuleren goed noten te leren lezen en zelfstandig muziek te maken, ook samen met anderen.
Tot slot: je bent natuurlijk ook zelf verantwoordelijk, niet alles ligt altijd aan je docent. Wees eerlijk over je zingen en blijf kritisch, ook al vinden anderen het mooi en prachtig, jij alleen weet van jezelf of het klopt wat je doet. Zingen moet heerlijk zijn, spanningen in je lijf of je keel zijn nooit goed.
Elena Vink |