Nieuws

PEVoC Gent 2017

7 december 2017 - door Willemijn van Gent

Eind augustus vond in Gent het 12e stem-congres PEVoC (Pan European Voice Conference) plaats. Ik had gehoord dat Janice Chapman zou komen, en als fan van haar boek (zie boekbespreking Donald Miller in kader) wilde ik die dolgraag horen spreken over haar inzichten in zingen en de zangpedagogiek. Van logopedisten had ik al eerder gehoord dat dit soort congressen heel leuk en inspirerend zijn. Dus daar ging van Gent naar Gent!

Een paar dagen van tevoren had ik een ‘app’ gekregen waarin het hele programma stond. Een tjokvol programma; 3 dagen lang van 8 tot 5. Naast de plenaire zaal waren er nog 4 ruimtes waar tegelijkertijd lezingen of workshops werden gehouden. Daarnaast was er in de gang een posterpresentatie over verschillende stemonderzoeken. In de cateringruimtes waren stands van sponsors: boekhandels en vooral veel medische technologie. Ook foniaters en onderzoekers waren sprekers en doelgroep. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk over de zangstem mee te krijgen. Hierbij deel ik alleen de interessantste onderdelen met jullie.

Lezingen en workshops
Als eerste taping. Rob Stallinga (logopedist Koninklijk Conservatorium, NL) legde uit dat taping (pleisters plakken) kan helpen bij spierspanningen langs de larynx. Taping van de hals, in de lengterichting over de m. sterno-hyoid heeft invloed op het ‘connective tissue’. Taping kan ook ingezet worden op plekken van de resonans, of op de schouders om de adembeweging te faciliteren. Onder leiding van 4 logopedisten hebben we het geoefend. Het tapen van de hals geeft inderdaad het gevoel alsof je strottenhoofd lager komt, en ook ontspanning.

Kevin Wilson, (Conservatorium Boston, V.S.) hield een strak betoog over de verschillen en overeenkomsten tussen de klassieke- en MT techniek (Music Theater). Belangrijkste punten: op het gebied van houding en adem geldt voor beide hetzelfde. Hij vindt het belangrijk dat in beide gebieden zangers worden gestimuleerd in borst- én in kopstem te zingen. Ook dat bij MT de larynx nooit opgetrokken mag worden. Het belangrijkste verschil is volgens Wilson dat de ruimte boven het ‘filter’ (stemplooien) bij klassieke zang ruim en bij de meeste MT smal is. We kregen een fijne hand-out met inzing oefeningen mee. Handig!

De dames Linda Hutchinson (Zangdocent Royal Academy of Music, London U.K) en Sara Harris (logopedist, idem) hielden een pleidooi voor een intensievere samenwerking tussen beide vakgebieden. Ze gaven een leuke demonstratie hoe een dubbelles er in de praktijk uit kan zien. Ook een inkijkje in de zangles kregen we van Jeannette LoVetry uit New York die een ongetrainde logopediste op een relaxte manier aan het belten kreeg. Haar belangrijkste boodschap: niet luid zingen ‘for loudness sake’: want dan klinkt iedereen hetzelfde. Haar oefening met een rietje tussen je tong en onderlip was ook goed (tongbeentje ontspant).

Een van de belangrijkste onderzoekers op het gebied van stem is momenteel Ingo Titze (University of Utah, V.S.). In een soepele lezing op zondagmiddag legde hij de werking en effecten van halfgesloten stemoefeningen uit (SOVT). Titze benadrukt het nut van stretchoefeningen (glijtonen over alle registers) en het zingen door een zo dun mogelijk rietje (liefs de roerrietjes voor koffie). De voordelen daarvan: het verlaagt de druk op de stembanden, verbetert de kwaliteit van het middenregister, en door gebruik te maken van de ruimte boven de stembanden (de vocal tract) kunnen de stemplooien makkelijker vibreren. Door dit alles wordt het bereik van de stem vergroot, kan je de stem moeiteloos opwarmen en na inspanning laten herstellen. Op zijn YouTube kanaal zie je hoe je met rietjes kan werken. Ook Lax vox en fricatieven als /s/-/z/ en /f/-/v/ hebben die werking op de stem.

Ook op zondag vond er een paneldiscussie plaats tussen verschillende disciplines die zich met stem bezighielden. Aan de hand van verschillende stellingen kwam er een levendige discussie op gang over o.a. het belang van manuele therapie bij stemproblemen, de ontwikkeling van de spreekstem voorafgaand aan de zangstem, verschil tussen stemmethodes van logo’s en zangdocenten, en het belang van multidisciplinaire samenwerking tussen zangdocenten, logopedisten en foniaters.

Janice Chapman
Op de zaterdagochtend om 8 uur, was de lezing waar ik voor kwam: Janice Chapman over Primal sound als basis voor kunstenaarschap. ‘Primal sound’ beschrijft ze als het ‘oergeluid’ zoals ze dat meemaakte bij een groep Afrikaanse zangers: bewegend, geaard. Die ervaring bracht Janice (klassiek zangeres met een internationale carrière op de grote podia) op het spoor van wetenschappelijk onderzoek naar de basis van het zingen. Gemotiveerd door een stemmetje in haar hoofd dat aldoor riep: ‘Maar je weet niet wat je doet, Janice!’

Primal sound
Samen met neurofysioloog Pamela Davis heeft ze jaren onderzoek gedaan naar de herkomst van dat oergeluid (in dit verslag verder ‘Primal sound’ genoemd) en hoe het ingezet kan worden tot zingen. Via een neurologisch onderzoek bij dieren kwam ze erachter dat stem ‘ontbrandt’ door een groep van activiteiten in het lichaam, geactiveerd vanuit het midden brein. Die activeert groepen belangrijke spieren als middenrif, de buik- en rugspieren op een geïntegreerde manier die, indien gepaard gaand met stemgeven, connectie maken met de larynx en farynx.

De link is de inademing. Janice liet de zaal een vinger in de buik boven het schaambeen en een hand op de onderste ribben leggen. Ze liet ons grommen en roepen waarbij we merkten dat na dat geluid automatisch de inademing in de hele torso komt. Bij uitroepen als ‘Hey you’ ‘Over there!’ ‘Hmmm!’ ‘Hey!’ haal je niet eerst adem, maar ná de uitroep komt de inademing automatisch en geheel ‘connected’. Het zijn emotioneel verbonden uitroepen die een natuurlijke adem en verbonden zingen teweegbrengen. Als voorbeeld van de voordelen van een aldus verkregen inademing zong Janice (79 jaar!) 3x de eerste frase van Dido’s lament. 1x met een rib reserve breathing, waarbij de ribben breed blijven tijdens het zingen. 1x met de belly out system, waarbij de buik naar buiten wordt geduwd. Beide leveren een heftig vibrato en intonatieproblemen op. Met primal sound verbinding klonk Janice’s stem vrij en zuiver. Er gebeuren dingen die je van bovenaf bewust bent, maar je moet juist van de bottom up werken: we moeten meer dieren worden. Aldus Janice.

Janice heeft meegewerkt aan onderzoek via de British Voice Association. Ze benadrukt het belang van lifelong learning: jezelf openstellen en blijven doorleren. Janice heeft naast haar eigen onderzoek de Estill cursussen gevolgd die ze zeer waardevol vond vanwege het onderzoek naar alle mechanismes rond de larynx (met als kanttekening dat Estill niks over de adem zei. Net als Richard Miller in The structure of singing uit 1986). Daarom heeft ze cursussen over de Accentmethode gevolgd, die ze ook in haar praktijk gebruikt en in het boek beschrijft.

Het boek schreef ze samen met Ron Morris. Hij stimuleerde haar op te schrijven wat en waarom ze bepaalde dingen deed. In haar boek zijn ook diverse bijdragen van andere stemprofessionals opgenomen waardoor het een multidisciplinair geheel is geworden. Het is echter vooral geschreven vanuit de zanger die Janice nog steeds is.

Lesgeven
Janice heeft twee modellen ontwikkeld, Het 10.000 uur-action research model voor de onderzoekende zangdocent. Een cirkel met ‘verzamel informatie’-> ‘zelf uitproberen’-> ‘toepassen in de studio’ -> ‘vraag om feedback’ -> ‘stel bij en verfijn’ -> en weer ‘verzamel informatie’ enz. Hierin benadrukt ze nadrukkelijk het lifelong learning: steeds verder blijven zoeken naar nieuwe wegen.


Het tweede is het lesmodel (nadrukkelijk geen methode) wat ze uitgebreid behandelt in haar boek. Het centrum wordt gevormd door primal sound, houding en adem/ademsteun. Janice benadrukt dat primal sound en adem elkaar overlappen omdat de adem uit de primal sound voortkomt. Net als Titze met zijn rietjes is Chapman voorstander van halfgesloten oefeningen. Zij doet dat met zogenaamd ‘puffy lips’: het geluid van een hoorn nadoen. Het heeft een dubbel effect: het blazen is primal (denk aan een vuurtje aanblazen) en het maakt ook connectie met de lage buikspieren. Het hoofdstuk fonatie en spreekstem is gemaakt in samenwerking met logopedisten. Resonans is het resultaat als al het andere klopt, volgens Janice vaak bij hoge tong en lage larynx. De (flexibele) hoge tong positie komt uit het Italiaans: ‘mio’, ‘dio’. Niet door ‘ruimte’ achterin te maken, maar door verbinding naar de torso. Bij articulatie en alle andere onderwerpen in de buitenste ring zei ze: als er problemen in ontstaan moet je terug naar de core components.

Alle zangdocenten kunnen met het model werken en hun eigen methode vinden. Iedere leerling leert anders (‘is een ander dier’), je moet je aanpassen aan elke individuele leerling. Synchronisatie ontstaat als leerlingen zeggen: ‘Nu doe ik niks meer, maar het klinkt zo makkelijk’. Dat is het moment dat het systeem klopt. En dan kan je vol inzetten op artisticiteit.

Artisticiteit
Kunstenaarschap ontstaat volgens Chapman uit een combinatie van bewustzijn, emotionele intelligentie en intentie. Emotionele intelligentie is het herkennen van emoties zodat je ze kan delen, en empathie. Als zanger moet je je kunnen voorstellen hoe het is als je in iemand anders z’n schoenen staat. Daarvoor heb je bewustzijn en intentie nodig: je moet Dido zelf worden. Vlak voor de inademing moet je haar worden, de lucht om haar heen ruiken, de omgeving voelen, haar wanhoop. Dan denk je niet meer aan adem en steun, dat moet al ingeslepen zijn. Daarentegen kan de emotionele voorstelling de primal inademing opwekken, waardoor het systeem zichzelf versterkt.

In het zangonderwijs van Janice Chapman ontwikkelt de zanger(es) zich dus vanuit de primal sound op een holistische manier tot de artisticiteit waar wij als publiek zo dol op zijn. Want dat is het doel: dat het publiek geraakt wordt. Het is de verantwoordelijkheid van de zangpedagoog en de zanger zelf om de artiest in de laatste in een positie te brengen waar dat alles mogelijk is. Janice riep alle zangpedagogen op dit alles nog verder te ontwikkelen en hun ervaringen met elkaar te delen. Tot zover de lezing van Janice Chapman. Lees vooral haar boek!

Naast de lezingen en workshops was het ook heel gezellig met de Nederlandse logopedistes en enkele KNO-artsen. Op de eerste avond was er een concert door de Belgische sopraan Hendrickje van Kerckhoven, met in de pauze friet. De tweede avond was er een galadiner. De Nederlanders die daar niet naartoe gingen ontmoetten elkaar in een restaurant aan de prachtige Graslei voor een gezamenlijk diner. Daar werden ook veel leuke en nuttige contacten gelegd, en beleef het lang gezellig. Kortom, ik kan het iedereen aanraden: ga naar een congres. Volgend jaar Eurovox (30/8-1/9) in Den Haag is een mooi moment om met het fenomeen kennis te maken. Trek er drie dagen voor uit en dompel je onder in de wondere wereld van de stem in al zijn facetten.

Literatuur
Chapman, Janice (2005). Singing and Teaching Singing: A Holistic Approach to Classical Voice. San Diego, Plural Publishing. In de nieuwste uitgave zit een code met link tot video’s.
Pamela Davis: https://www.researchgate.net/publication/311843973_Emotional_Influences_on_Singing

BOEKBESPREKING
 Chapman, J. (2005). Singing and Teaching Singing: A Holistic Approach to Classical Voice. San Diego, Plural Publishing

Een belangrijke beperking op het gebied van boeken over zangkunst is dat je met woorden maar een fractie kan beschrijven wat zich in de zangles afspeelt. Met haar boek probeert Chapman een verbinding te leggen tussen haar ervaring in lesgeven en de wetenschappelijke basis onder de zangpedagogie. Doelgroep zijn zangpedagogen die in de dagelijkse praktijk staan en met hun ervaring met de aangegeven modellen aan het werk kunnen gaan. In hoofdstukken over houding, adem, articulatie en resonans geeft ze voorbeelden uit haar eigen praktijk, en verbindt die met uitkomsten uit onderzoek. De toon is toegankelijk en humorvol. De theorie kan echter alleen gebruikt worden als het door de zangdocent eerst zelf is uitgeprobeerd en beproefd door het oor. Helaas mist er een uitleg over de akoestiek van de zangstem. Dit boek echter is een voorbeeld van de balanceer act van zangdocenten die het ontwikkelen van de zangstem moeten begeleiden en ondertussen leren van andere bronnen van kennis en ervaring. De holistische aanpak van Chapman zorgt ervoor dat geen enkel onderdeel van de zangtechniek buiten het totale plaatje van de zangpedagogie valt. Haar boek kan dan ook aangeraden worden als leidraad in het proces van de steeds verdere ontwikkeling van de zangpedagogie.

Donald Miller, Groningen Voice Research Lab. Rijks Universiteit Groningen
Samenvatting uit Folia Phoniatrica et Logopaedica. Karger 2006.